Observeren en begrijpen

Van mensen met autisme wordt het vermogen om autonoom te zijn vaak onderschat. We hebben de neiging om dingen in hun plaats te doen en hun mogelijkheden niet aan te spreken. Het eerste wat u dus te doen staat, is de reële capaciteiten van uw kind evalueren. Vraag indien nodig aan de professionals die uw kind begeleiden om een balans van zijn vaardigheden op te maken. Zij beschikken immers over de nodige middelen.

De kleine dingen uit het dagelijks leven zijn belangrijk. Noteer dus wat u opmerkt.

Noteer wat misloopt: dat zijn de dingen waarbij uw kind 100% hulp nodig heeft.

Voorbeeld

Pieter maakt de velcrosluiting van zijn schoenen niet dicht. Hij gaat rechtstaan en verliest al lopend zijn schoen.

Noteer ontluikend gedrag: uw kind lijkt de nodige handelingen te kennen; het probeert ze uit te voeren maar slaagt er niet in.

Voorbeeld

Pieter heeft nog hulp nodig om zijn schoenen dicht te doen. Hij kan het klittenband niet goed sluiten.

Noteer de successen: uw kind trekt zich alleen uit de slag, zonder dat u moet helpen.

Voorbeeld

Pieter kan de velcro van zijn schoenen nu alleen sluiten.

Tal van activiteiten van het dagelijks leven bestaan in werkelijkheid uit een opeenvolging van handelingen. Om uw kind te helpen, kan u zo'n activiteit in stappen opdelen. Dat noemen we een 'taakanalyse' maken.